Van de voorzitter: Spijkers in de Oosterkerk en bezoek andere kerken
Een paar dagen geleden was ik bij John Lamers, oud-penningmeester, op bezoek. John is zijn huis aan het opruimen en vroeg aan ons om een aantal dozen met boeken op te halen voor onze boekenmarkt.
In een van die dozen ontdekte ik een metalen doosje met daarop geplakt een sticker van Holland’s roem. In het doosje zaten in een doekje en plastic verpakte spijkers uit, zoals bijgaande tekst in het handschrift van John vermeld staat: Ouderdom: gemaakt in 1483.
John, geridderd in 1996 voor zijn vele werk voor onder andere de Oosterkerk, was al vanaf 1978 nauw betrokken bij de restauratie van de kerk en onder het motto: wie wat bewaart, heeft wat. Het kan altijd van pas komen om dingen niet direct weg te gooien, dacht hij wellicht: ik stop deze in dit doosje. De vierhoekige smeedijzeren spijkers, verschillend van lengte en dikte met soms een platte kop, beschouw ik als een verworven kleinood dat wij moeten koesteren.
In 2019 vierden wij het 500-jarig bestaan van de Oosterkerk als stenen gebouw; deze spijkers zijn dus zelfs nog van voor die tijd.
Echt bijzonder. Dank John!
Met zijn opvolger, de huidige penningmeester, Dick Louwman en soms in gezelschap voor onze oud- en erevoorzitter Hans Schipper bezoek ik al jaren platforms van monumentale kerken in Nederland. Zo waren wij op 1 oktober in Utrecht bij de Vereniging Beheerders Monumentale Kerken. Het afgesproken bezoek aan de bijna herstelde Domtoren ging helaas niet door, omdat er sprake was van een zieke rondleider. Later las ik de krant dat daar meer aan de hand was met de beheerder van dienst: onenigheid tussen hem en het Stichtingsbestuur.
Gelukkig kregen wij wel een prachtige uitleg van de architect Erik Jan Brans over de immense klus om de markante en lange tijd het hoogste gebouw van Nederland in oude glorie te herstellen. Zo moesten ruim 10.000 stenen uit de toren hersteld of vernieuwd worden.
De inmiddels teruggetreden architect moest wel beloven dat de eerste 50 jaar er geen herstel gepleegd hoefde te worden.
Op 12 oktober waren wij dichter bij huis: in ’t Kerkhuys in Spanbroek. Dit platform, Monumentale Westfriese Kerken, had als gastpreker Jan Stam van Monumentenwacht. De Oosterkerk heeft jaarlijks een visite van deze organisatie om onze gebouwen in de gaten te houden of er geen gebreken zijn.
Een lijvig rapport is het vaak het gevolg en natuurlijk de nodige kosten voor herstel.
De drie monumentale rijksmonumenten van de Stichting Oosterkerk koesteren wij al jaren en het is dan ook aan ons toevertrouwd om met behulp van onder andere deze instelling om het verval te voorkomen door preventief en doelmatig onderhoud te plegen. Een kostbare, maar noodzakelijk goed. Een onderwerp dat de laatste jaren steeds weer terugkeert is duurzaamheid. Op welke wijze zijn, moeilijk warm te stoken gebouwen als kerken, nog rendabel te maken in de toekomst zonder dat de kosten door het hoge dak gaan.
Een monumentale kerk in Schiedam, de St Janskerk, is al ver gevorderd in de planning. Op het voormalig kerkhof achter de kerk wordt ruimte vrijgemaakt om zonder gas de kerk te verwarmen. Een idee dat het bestuur van de Oosterkerk ook aantrekkelijk zou vinden, ware het niet dat wij die ruimte ontberen.
Andere monumentale kerken passen de tactiek toe: wil je er warmpjes bij zitten, dan moet je er ook voor betalen. Een kerk in Utrecht heeft een compleet schema gemaakt: wil je de temperatuur bv op 17 graden hebben, dan betaal je ruim € 500,– per dagdeel bij. Andere kerken die de eredienst nog hoog in het vaandel hebben, verzoeken hun gelovigen, muts, dikke jas en extra sokken aan te trekken bij 12 graden.
Ook in de Oosterkerk wordt stevig nagedacht om de kerk te kunnen blijven gebruiken als de Huiskamer van Hoorn, maar dat weet u ook via ons Bulletin en Nieuwsbrief.
Eddy Boom
voorzitter